april 2014

leeuwOnlangs verscheen er bijzonder nieuws uit de dierentuin van Kopenhagen. Enkele boventallige giraffes, waaronder Marius, waren gedood wegens ruimtegebrek. Deze dieren werden publiekelijk ontleed en als voer gebruikt voor de leeuwen. Zoals te zien op de foto stonden er volwassenen en kinderen het geheel te aanschouwen.

Enkele weken later verscheen er een bericht dat in de zelfde dierentuin enkele oudere, maar gezonde leeuwen zijn gedood wederom door menselijk handelen. De reden was om ruimte te maken voor jongere dieren en in andere tuinen was ook geen plaats voor hen.
Vorig jaar was ik in Uganda op safari en de giraffes waren wonderschoon en makkelijk te vinden, ze vielen nogal op. Met veel moeite vonden we één oude kreupele leeuw en om eerlijk te zijn werd ik er niet vrolijk van. Dit dier had een enorme dikke knie en verdiende behandeling of een schot. In de natuur geen leeuw te zien en in de dierentuin teveel?

In het begin van mijn carrière werkte ik in een grote kliniek in de Betuwe in de buurt van Ouwehands dierenpark. Er leefde daar een oude berin die erg kreupel was en niet meer at. Het dier werd in een busje onder narcose aangevoerd en op de röntgentafel voor paarden gelegd. Ik heb toen de knieën gefotografeerd en deze bleken volledig versleten evenals de heupen. Het dier hebben wij niet meer wakker laten worden.

Een dierentuin die meer dieren geboren laat worden dan dat er plaats is moet in mijn beleving zich achter de oren krabben. Verder redenerend kan een weldenkend mens zich afvragen wat de toegevoegde waarde anno 2014 nog is van een leeuw of tijger op een ruimte waar een koe zich nog opgesloten voelt. Zeker als we ons realiseren dat de moderne media ons voldoende in staat stellen deze dieren te bewonderen. Daarnaast is het voor velen mogelijk safarireizen te maken.

Makkelijk kooibare kleinere dieren die kleinere oppervlakten nodig hebben zullen minder last hebben van opsluiting dan dieren die veel meer ruimte nodig hebben dan een dierentuin kan bieden. Een uitdaging onze grenzen te kennen in het kader van dierwelzijn.

Marinus van der Wijden